Tijdens de repetities van het Nationale Canta Ballet ontmoette ik Carol en haar trouwe bijrijder Butch. Tegenwoordig kom ik het duo per toeval regelmatig tegen dichtbij de viswinkel op de Haarlemmerdijk waar ik bij Jan, vers van het mes, mijn onontbeerlijke haring haal en Carol de AH induikt.
Onze canta's staan dan neus aan neus op de kop van de Prinsengracht, de hare trouw bewaakt door Butch die heftig kwispelt met zijn staart wanneer hij mij ziet maar dat doet hij naar iedereen.
In de wandel deelt ze mij mee over haar expositie bij kunst eilanden amsterdam die elke 2e zondag van de maand plaatsvindt.
Carol Sluyter maakt detailopnames van schepen op de werf. Digitaal ontstaan uitvergrote foto's. Met ongepolijste stalen omlijstingen zijn het fraaie werkstukken.
Mijn geliefde vergankelijkheid is hier zichtbaar.
Carol vertelt dat er tijdens deze kunstronde boottochtjes langs de Westelijke Eilanden georganiseerd zijn. Gedurende de tour is het mogelijk om verschillende ateliers en expositieruimtes te bezoeken. Aan boord is gids Maddy aanwezig om wegwijs te maken naar de kunstruimtes.
Aanvankelijk had ik me niet ingesteld om te gaan varen en is er geringe zin maar als ik hoor dat er weinig mensen aan boord zijn en je een glas wijn kunt bestellen, is de wil zwak.
Je zult niet teleurgesteld zijn, garandeert Carol mij. Bovendien kan ik me, in het kader van vaartuigen, mijn recente geslaagd bezoek aan het Scheepvaartmuseum nog herinneren, zie: boegbeelden.
En het is absoluut de moeite waard.
De meer dan honderd jaar oude Johanna, de salonboot waar we mee varen, is van Duitse origine en geboren ergens in het Ruhrgebied. Zij heeft een bewogen leven achter de rug en werd in verwaarloosde toestand aangetroffen bij een handelaar maar na een grondige verbouwing is zij sinds 2008 weer in de vaart als watertaxi en boot voor (bedrijfs)uitstapje: Amsterdam Boat Events
Coks, de schipper van de Johanna, die zijn zeemanschap al eerder heeft bewezen met een odyssee via de Rijn, Donau en Bosporus naar Venetië, vindt het scheepje naar eigen zeggen een verrukking.
Vanaf het Bickerseiland koersen we, via het Westerdok, naar de Prinsengracht en varen we over de Brouwersgracht.
Op het IJ staat een forse wind en je hoort ach-en-oh-kreten van het handjevol passagiers als we op de woelige baren varen.
Zestig minuten later naderen we de Bickersgracht.
Een wederom welkom bij Carol die de witte wijn koel heeft staan, maakt de middag compleet. Uren later zak ik af naar huis.
***
* foto van de Johanna geplukt van de website Amsterdam Boat Events
dinsdag 13 november 2012
zondag 28 oktober 2012
boegbeelden
Het Parool had afgelopen week, bij de zaterdagkrant, een vrijkaartje voor het weer net een jaar geopende Scheepvaartmuseum. Het was te verwachten, gezien de herfstvakantie, dat het een drukte zou worden. Vandaar dat ik me reeds vroeg, voor mijn doen, spoorslags museum begaf want als geboren en getogen Mokumse móest ik een keer het indrukwekkende gebouw van binnen bekijken.
Inderdaad was het nog redelijk rustig bij aankomst maar bij het verlaten van de tentoonstelling stonden de kinderrijke gezinnen te dringen bij de poort.
Ik tref een replica van het VOC-schip aan.
De Amsterdam is gebouwd in 1748. Ik lees dat het een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie is, kortweg VOC. Een jaar later vaart de Amsterdam uit naar Azië. Het VOC-schip strandt kort na vertrek op de Engelse kust bij Hastings. Daar ligt het wrak nog steeds.
Deze replica is tussen 1985 en 1990 in Amsterdam gebouwd en in 1991 meert de Amsterdam aan bij Het Scheepvaartmuseum.
De schip had een bemanning van 357 personen en 5 passagiers, een lengte van 48 meter (van boeg tot spiegel), een hoogte van 56 meter (mast, van kiel tot top), breedte 11,5 meter en 42 kanonnen.
Het schip is te bezichtigen. Opvallend dat je door sommige ruimtes gebukt moet gaan. Duidelijk dat de mensen in die tijd een stuk kleiner waren. Ook de bedjes schat ik niet groter dan 1.50 meter.
In het museum is het nodige tentoongesteld: glas, porselein en zilverwerk en navigatie-instrumenten. De globes laten zien hoe de aarde en de sterrenhemel geleidelijk ontdekt werden.
Heel wat boegbeelden en scheepsornamenten heb ik die ochtend filmisch vastgelegd.
Inderdaad was het nog redelijk rustig bij aankomst maar bij het verlaten van de tentoonstelling stonden de kinderrijke gezinnen te dringen bij de poort.
Ik tref een replica van het VOC-schip aan.
De Amsterdam is gebouwd in 1748. Ik lees dat het een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie is, kortweg VOC. Een jaar later vaart de Amsterdam uit naar Azië. Het VOC-schip strandt kort na vertrek op de Engelse kust bij Hastings. Daar ligt het wrak nog steeds.
Deze replica is tussen 1985 en 1990 in Amsterdam gebouwd en in 1991 meert de Amsterdam aan bij Het Scheepvaartmuseum.
De schip had een bemanning van 357 personen en 5 passagiers, een lengte van 48 meter (van boeg tot spiegel), een hoogte van 56 meter (mast, van kiel tot top), breedte 11,5 meter en 42 kanonnen.
Het schip is te bezichtigen. Opvallend dat je door sommige ruimtes gebukt moet gaan. Duidelijk dat de mensen in die tijd een stuk kleiner waren. Ook de bedjes schat ik niet groter dan 1.50 meter.
In het museum is het nodige tentoongesteld: glas, porselein en zilverwerk en navigatie-instrumenten. De globes laten zien hoe de aarde en de sterrenhemel geleidelijk ontdekt werden.
Heel wat boegbeelden en scheepsornamenten heb ik die ochtend filmisch vastgelegd.
vrijdag 12 oktober 2012
De achtergelaten dieren van Fukushima
Vandaag een bezoekje gebracht aan Atelier 408 alwaar ik getroffen werd door de gruwelijk treurige beelden van verlaten, hongerige, creperende dieren. Een waar inferno.
Graag laat ik het hieronder geplaatste fragment van een uitgezonden persbericht aan het woord met enige foto's van Yasusuke Ota. (geplukt van afbeeldingen)
Een aangrijpend fotodocument van vergeten ‘medereizigers’ door het noodlot van Fukushima.
Grofweg zijn er twee soorten dieren: wilde en tamme. De eerste soort kan vluchten als er gevaar dreigt, iets dat de tweede meestal niet is gegund. Huisdieren zijn trouw aan hun omgeving, boerderijdieren zijn afhankelijk van menselijke verzorging. Dieren zijn onze ‘reisgenoten’ – schreef auteur en dierenliefhebber Rudy Kousbroek: Mens en dier zitten in hetzelfde schuitje en delen hetzelfde lot. Dat zijn dezelfde mensen die zweren dat ze hun dieren nooit in de steek zullen laten.
Een dag nadat de tsunami op 11 maart 2012 de kernreactor in het gebied rond Fukushima in Japan in ongerede raakte, moesten bewoners binnen een straal van 20 kilometer van de kerncentrale het gebied onmiddellijk verlaten. Niet alleen mochten ze geen spullen meenemen, ook hun dieren moesten ze achterlaten. Na de waterstofexplosie die op 14 maart in de kernreactor plaatsvond, werd het onzeker of ze ooit nog naar huis konden terugkeren.
De Japanse fotograaf en dierenliefhebber Yasusuke Ota (1958) behoort tot de vrijwilligers die met gevaar voor eigen leven en met wat dierenvoer en water eind maart 2011 eropuit trokken in de ‘No Go’ zone twintig kilometer rond de Fukushima Daiichi Kerncentrale. Ze wisten niet precies wat ze verwachten konden, maar ze kwamen terecht in een hel op aarde, met koeien die zonder voedsel of water loeiend door hun knieën gezakt waren, of uit de stal waren losgelaten maar in moerassen en waterkanalen waren komen vast te zitten, een situatie waaruit ze zichzelf nooit konden redden. Ze troffen uitgemergelde paarden en varkens in stallen naast de lijken van hun soortgenoten aan. Huisdieren die waren gestorven terwijl ze op hun vaste plekken wachtten op hun baasjes, of uitgehongerd waren omdat ze vastgebonden zaten aan hun hok, of in het huis waren opgesloten. Dieren die overleven op alles wat hun voor de bek komt, en nu nog steeds – anderhalf jaar later – onvoorwaardelijk onnozel wachten op de terugkeer van hun baasjes: maar die kunnen en mogen dat niet.
Inmiddels zijn twee boeken verschenen met de foto’s die Yasusuke Ota in Fukushima maakte tussen eind maart 2011 en maart 2012. ‘This tragedy was for some reason not reported by the Japanese media at the beginning, and the truth is that there has been no proper help given to these animals even after one and a half years. I felt I needed to inform the world and leave evidence of what really happened. So I started to take photo’s of this while going inside the zone on rescue,’ schrijft Ota: ‘Please don’t turn your eyes from the reality.’Ota maakte een hartverscheurend fotografisch document van overlevenden en gevallenen: een vergeten groep slachtoffers tussen het puin van een landschap dat werd getroffen door een natuur- en kernramp. De foto’s roepen de vraag op welke toch de verborgen banden zijn die mensen met dieren verbinden. ‘Op grond van welk psychisch besef, van welk abstract beeld in het brein, voelen mensen zich geroepen niet zonder gevaar voor zichzelf een dier te redden dat anders ongetwijfeld ten dode opgeschreven zou zijn?’ schreef Kousbroek. Het persoonlijk antwoord van Yasusuke Ota hierop is: ‘I can’t betray such animals that don’t know how to be doubtful of their owners, as they woleheartedly put trust in them. With this in mind I documented these scenes from March 2011 to March 2012 […] This exhibition is to show that this tragedy was not caused by the earthquake or tsunami. It’s the nuclear power plant.’Veel van de beelden die Ota vastlegde zijn van een grote verschrikkelijkheid: een gemummificeerd kattenlijk op de weg, de losse onderkaak van een hond, een varkensstal in het gebied precies tussen de twee kerncentrales in Fukushima, met tientallen dode biggen. Andere scènes hebben iets onbedoeld komisch: zoals die van varkens die op een hete dag verkoeling zoeken in een plasje water op straat. Of die van twee losgebroken struisvogels die omnivoor zijn, en elkaar aankijken na het nuttigen van door vrijwilligers meegebracht kattenvoer. Een wrang detail is dat struisvogels in de streek werden geïntroduceerd als mascottes voor de Daiichi kerncentrale in Fukushima zelf onder het motto dat struisvogels op weinig voedsel groeien, en dat kernenergie met een klein beetje uranium wordt opgewekt.
Een ‘pop-up’ tentoonstelling van Huis Marseille: 3 -14 oktober 2012 in Atelier 408, Herengracht 408
Graag laat ik het hieronder geplaatste fragment van een uitgezonden persbericht aan het woord met enige foto's van Yasusuke Ota. (geplukt van afbeeldingen)
Een aangrijpend fotodocument van vergeten ‘medereizigers’ door het noodlot van Fukushima.
Grofweg zijn er twee soorten dieren: wilde en tamme. De eerste soort kan vluchten als er gevaar dreigt, iets dat de tweede meestal niet is gegund. Huisdieren zijn trouw aan hun omgeving, boerderijdieren zijn afhankelijk van menselijke verzorging. Dieren zijn onze ‘reisgenoten’ – schreef auteur en dierenliefhebber Rudy Kousbroek: Mens en dier zitten in hetzelfde schuitje en delen hetzelfde lot. Dat zijn dezelfde mensen die zweren dat ze hun dieren nooit in de steek zullen laten.
Een dag nadat de tsunami op 11 maart 2012 de kernreactor in het gebied rond Fukushima in Japan in ongerede raakte, moesten bewoners binnen een straal van 20 kilometer van de kerncentrale het gebied onmiddellijk verlaten. Niet alleen mochten ze geen spullen meenemen, ook hun dieren moesten ze achterlaten. Na de waterstofexplosie die op 14 maart in de kernreactor plaatsvond, werd het onzeker of ze ooit nog naar huis konden terugkeren.
De Japanse fotograaf en dierenliefhebber Yasusuke Ota (1958) behoort tot de vrijwilligers die met gevaar voor eigen leven en met wat dierenvoer en water eind maart 2011 eropuit trokken in de ‘No Go’ zone twintig kilometer rond de Fukushima Daiichi Kerncentrale. Ze wisten niet precies wat ze verwachten konden, maar ze kwamen terecht in een hel op aarde, met koeien die zonder voedsel of water loeiend door hun knieën gezakt waren, of uit de stal waren losgelaten maar in moerassen en waterkanalen waren komen vast te zitten, een situatie waaruit ze zichzelf nooit konden redden. Ze troffen uitgemergelde paarden en varkens in stallen naast de lijken van hun soortgenoten aan. Huisdieren die waren gestorven terwijl ze op hun vaste plekken wachtten op hun baasjes, of uitgehongerd waren omdat ze vastgebonden zaten aan hun hok, of in het huis waren opgesloten. Dieren die overleven op alles wat hun voor de bek komt, en nu nog steeds – anderhalf jaar later – onvoorwaardelijk onnozel wachten op de terugkeer van hun baasjes: maar die kunnen en mogen dat niet.
Inmiddels zijn twee boeken verschenen met de foto’s die Yasusuke Ota in Fukushima maakte tussen eind maart 2011 en maart 2012. ‘This tragedy was for some reason not reported by the Japanese media at the beginning, and the truth is that there has been no proper help given to these animals even after one and a half years. I felt I needed to inform the world and leave evidence of what really happened. So I started to take photo’s of this while going inside the zone on rescue,’ schrijft Ota: ‘Please don’t turn your eyes from the reality.’Ota maakte een hartverscheurend fotografisch document van overlevenden en gevallenen: een vergeten groep slachtoffers tussen het puin van een landschap dat werd getroffen door een natuur- en kernramp. De foto’s roepen de vraag op welke toch de verborgen banden zijn die mensen met dieren verbinden. ‘Op grond van welk psychisch besef, van welk abstract beeld in het brein, voelen mensen zich geroepen niet zonder gevaar voor zichzelf een dier te redden dat anders ongetwijfeld ten dode opgeschreven zou zijn?’ schreef Kousbroek. Het persoonlijk antwoord van Yasusuke Ota hierop is: ‘I can’t betray such animals that don’t know how to be doubtful of their owners, as they woleheartedly put trust in them. With this in mind I documented these scenes from March 2011 to March 2012 […] This exhibition is to show that this tragedy was not caused by the earthquake or tsunami. It’s the nuclear power plant.’Veel van de beelden die Ota vastlegde zijn van een grote verschrikkelijkheid: een gemummificeerd kattenlijk op de weg, de losse onderkaak van een hond, een varkensstal in het gebied precies tussen de twee kerncentrales in Fukushima, met tientallen dode biggen. Andere scènes hebben iets onbedoeld komisch: zoals die van varkens die op een hete dag verkoeling zoeken in een plasje water op straat. Of die van twee losgebroken struisvogels die omnivoor zijn, en elkaar aankijken na het nuttigen van door vrijwilligers meegebracht kattenvoer. Een wrang detail is dat struisvogels in de streek werden geïntroduceerd als mascottes voor de Daiichi kerncentrale in Fukushima zelf onder het motto dat struisvogels op weinig voedsel groeien, en dat kernenergie met een klein beetje uranium wordt opgewekt.
Een ‘pop-up’ tentoonstelling van Huis Marseille: 3 -14 oktober 2012 in Atelier 408, Herengracht 408
zaterdag 6 oktober 2012
Amsterdam Tattoo Museum
tekst: museum.nl
Met veel belangstelling het Amsterdam Tattoo Museum bewonderd.
Ik zag diverse kunst- en rariteitenkabinetten, nisjes, uitstalkasten met tribale tattoo's en gebruiksvoorwerpen, foto's, boeken en prenten, kortom een uitgebreide collectie voorwerpen die een interessante inkijk geeft in de cultuurhistorie der tatoeage.
donderdag 20 september 2012
trip
In de oude snijzaal van het voormalig pathologisch anatomisch laboratorium op het Wilhelmina Gasthuisterrein bevindt zich smart project space
Een buitengewone tentoonstelling daar gezien gelijk een tripervaring.
Onderstaande tekst overgenomen van Galeries.nl
Giorgio Andreotta Calò presenteert in samenwerking met Emanuele Wiltsch Barberio een alomvattende audiovisuele installatie die de dynamiek van Tijd inzichtelijk maakt.
Dagelijks geopend van zonsopgang tot zonsondergang is de tentoonstelling en site-specifieke installatie 08.09.2012 - 21.10.2012 een meditatie op tijdelijkheid en eeuwige herhaling alsook een reflectie op cinematografische stijl en conventies. Tijd is een van de meest fundamentele en tegelijkertijd abstracte aspecten van de menselijke ervaring, die de wereld articuleert in een dynamische sequentie van elkaar opeenvolgende momenten in plaats van statische beelden.
Giorgio Andreotta Calò maakt gebruikt van het principe van de stenoscoop. Door het plaatsen van een optische lens in de verder geheel gesloten en verduisterde wanden van de expositieruimten, wordt de lucht met wolken en een fractie van de omgeving geprojecteerd op de vloeren van de tentoonstellingsruimten en komen buiten en binnenruimte telkens voor een moment samen. Dit visuele tapijt verhoudt zich tegelijkertijd tot de tijdelijkheid van geluid dat Emanuele Wiltsch Barberio in een compositie ontleend aan het real time geluid van de klok in de klokkentoren van SMART Project Space introduceert in de installatie van Andreotta Calo. In de overlappende beelden en geluidsnuances ontvouwt zich in real time een organisch evoluerend audiovisueel landschap. Variaties en herhalingen rekken de tijd waarin heden en verleden in verglijdende perspectieven in elkaar opgaan.
De installatie wordt op dezelfde wijze beheerst door natuurlijk licht en het ritme van de seizoenen, als de wereld tot de industriële revolutie. Als gevolg hiervan wordt de tijd relatief en schaalbaar. Voor de duur van de tentoonstellingen is het wederom de dynamiek van het seizoen dat de lengte van de dag bepaalt en de dag zo articuleert de tijden van zonsopgang en ondergang wederom bepalend worden voor aanvang en einde van de werkdag of in dit geval van de openstelling van de tentoonstelling.
Na de rondgang door de ruimte werd door Egle, de filmster van het project, gevraagd wat je van de voorstelling vond.
Ik oreerde enige zinnen in het Nederlands. Gezien de aard van het Engelstalige project werden het vier woorden.
***
12/10 ontving ik de link van de video met bijgaande tekst:
I want to say many thanks for your participation in my little project (filming visitors of the exhibition:). I wanted to put all your phrase but non of our dutch SMART team members could't translate your dutch part:)) so I left only 'mysterious'. All the best, Egle
Abonneren op:
Posts (Atom)



